Geïntegreerde begeleiding

De onderbouwklassen van het Leo Kannercollege hebben een vaste groepsleerkracht. De groepsleerkracht is de mentor van de klas èn geeft het merendeel van de vakken. In de bovenbouw heeft elke klas een mentor. De lessen in de bovenbouw worden gegeven door de mentor en door een team van vakleerkrachten. Zowel de vakleerkrachten als de groepsleerkrachten begeleiden de leerlingen bij hun ontwikkeling op sociaal-emotioneel gebied. Zij maken de leerlingen immers het meest intensief mee gedurende de lesdag.

Leergebiedoverstijgende vaardigheden

Elke klas heeft wekelijks een les waarin wordt gewerkt aan plannen, leren-leren, oriëntatie op studie en beroep, samenwerken en bijvoorbeeld omgang met sociale media. Deze vaardigheden zijn niet gebonden aan een vak of vakgebied en heten daarom ‘leergebiedoverstijgende' vaardigheden. Gemakshalve korten we dit af tot LGO-vaardigheden.

Deze LGO-vaardigheden komen gedurende de hele week ook buiten de LGO-les op verschillende momenten aan bod. In de gymnastieklessen wordt bijvoorbeeld aandacht besteed aan het omgaan met winst- en verliessituaties. Een ander voorbeeld is het vak economie waarbij het budgetteren en beheren van de eigen financiën op het programma staat, mede met het oog op zelfstandig wonen in de toekomst. Er is niet alleen aandacht besteed aan het financiële aspect, maar ook aan andere facetten van het zelfstandig wonen zoals het belang en de betekenis van werk en het indelen van tijd.

Nabijheid

Naast de LGO-vaardigheden besteden we tijdens de lesdag ook veel aandacht aan de sociale interactie tussen leerlingen onderling en tussen leerlingen en leerkrachten. Leren omgaan met elkaar, met conflicten, (sociale) spanning en vrije ruimte staan hoog op ons prioriteitenlijstje. Gedurende de lesdag zijn we zoveel mogelijk in de nabijheid van de leerlingen en bespreken we sociale situaties met ze voor en na. We reiken handelingsalternatieven aan en stimuleren gewenst gedrag. Als er een conflict ontstaat, vragen we van leerlingen om uit de situatie te stappen. Zodra het kan, bespreken alle betrokkenen de situatie na, individueel en/of in groepsverband. Samen werken we aan het herstel van vertrouwen. We gaan er vanuit dat ‘struikelen’ hoort bij groeien. Fouten maken mag dus. Ze zijn er om van te leren.

We geven leerlingen een omgeving waarin ze kunnen groeien en zich emotioneel en sociaal ontwikkelen. Dat begint al bij de onderbouw, nog vóór de lessen op het schoolplein, en gaat de hele dag door. We zijn in de buurt als het mis gaat – en laten ook de ruimte om het af en toe mis te laten gaan. Want ook dát hoort bij persoonlijke groei. Jasper vertelt het in zijn eigen woorden.

Schoolcurriculum met buitenschoolse activiteiten

We bouwen bewust in ons onderwijsprogramma momenten in waarop leerlingen vaardigheden kunnen trainen die ze nodig hebben bij hun vervolgopleiding of later in hun werk. Leren samenwerken is hierbij een rode draad. Dit trainen we niet alleen bij de gewone schoolvakken, maar ook tijdens schoolreizen, excursies en bijvoorbeeld de kunstweken in klas 2. Jaarlijks organiseren we een driedaags schoolkamp voor de leerlingen van klas 1, 2 en 3. De derdejaars survivallen dan in de Ardennen, de eerste en tweedejaars gaan naar een bestemming in Nederland. Klas 4 vmbo-tl reist af naar Antwerpen en de klassen 5 havo en 6 vwo bezoeken Londen. De leerlingen van 4 havo, 4 vwo en 5 vwo hebben elk schooljaar een activiteitenweek in en om Leiden. De bovenbouwleerlingen gaan verder op bedrijfsbezoek, gaan proefstuderen en bezoeken open dagen. De leerlingen van klas 4 vmbo-tl lopen in periode 3 van het schooljaar stage.

Al dit soort gelegenheden zien we als oefensituaties waarin leerlingen communicatieve en sociale vaardigheden kunnen toepassen, hulpvragen bij zichzelf leren herkennen en leren deze op een adequate manier te stellen. Per activiteit trainen de leerlingen ook het managen van hun verwachtingen. De activiteiten zijn expres gevarieerd gekozen zodat de leerlingen per situatie leren inschatten hoe ze daarop kunnen inspelen.